Content relaties

In de vorige blog hebben we behandeld wat de verschillen zijn tussen crossmedia, multimedia en transmedia. Maar bij deze soorten media horen ook content relaties. Je hebt hier namelijk ook 3 soorten, een iconische relatie, indexicale relatie en een symbolische relatie. Wat deze relaties inhouden en welke relatie bij welke media horen vertel ik in deze blog.

 Een iconische relatie houdt in dat de inhoud van de verschillende media een grote gelijkenis laat zien. Het laat dan wel gelijkenis zien maar alles staat toch los van elkaar. Het hoort dan ook bij de conceptvorm multimedia omdat hierbij ook de media los van elkaar staan. Een voorbeeld van een iconische relatie is het tijdschrift de Vogue. Ze hebben naast het tijdschrift ook een website waar veel op wordt gezet en er worden evenementen georganiseerd zoals Fashion’s Night Out. De naam en huisstijl zorgen ervoor dat de media met elkaar te maken te hebben. Maar het staat allemaal toch los van elkaar. Het tijdschrift heeft niets te maken met het event.

Een indexicale relatie houdt in dat de gebruikers worden door verwezen. Bij een indexicale relatie wordt er geprobeerd om de consument te sturen en word aangesproken om iets te gaan doen. Deze relatie hoort dan ook bij de conceptvorm crossmedia. Want er is 1 overkoepelde media en de andere media staat eromheen en verwijst naar elkaar. Een voorbeeld is een televisiereclame van H&M. Ze laten hier allerlei kleren zien, dit proberen ze op een zo mooi/pakkende manier te doen zodat jij de kleding wilt kopen. Op het eind van de reclame word je dan doorverwezen naar de applicatie of website van H&M.

Een symbolische relatie houdt in dat de verschillende media niet alleen naar elkaar verwijzen maar dat het concept uitstijgt boven de ervaring. Deze relatie hoort dan ook bij transmedia. Want bij transmedia is het concept belangrijker dan de media en zo kan je de symbolische relatie ook noemen. Een voorbeeld van een symbolische relatie zijn de Minions. Ze hebben een eigen film, applicaties, een website, spelletjes online en je hebt er veel speelgoed van. Je hebt het ook bij de familie Roelvink. Het begon met Dries Roelvink als zanger maar later was er ook een reality-tv serie met zijn hele familie.

Crossmedia, multimedia, transmedia

Tegenwoordig kunnen we niet meer zonder media. Alleen al op een doordeweekse dag zie je al veel voorbijkomen. De krant valt op de mat, je checkt je telefoon, je zit op je computer en je kijkt s ‘avonds naar de televisie. Bij al deze activiteiten kom je vormen van media tegen. Je hebt namelijk verschillende vormen media, dit zijn crossmedia, multimedia en transmedia. Wat de verschillen tussen zijn tussen deze drie media vertel in deze blog.

Crossmedia is een begrip wat nog geen officiële definitie heeft en daarom is het lastig om er zelf wel een beschrijving aan vast te leggen. Maar over het algemeen wordt er mee bedoeld dat je verschillende media gebruikt en deze media’s naar elkaar verwijzen. Al de verschillende media’s bevatten dezelfde informatie met 1 overkoepelde media. Een voorbeeld van een crossmedia is het televisieprogramma Wie Is De Mol?. Het begint op de televisie maar hier wordt je door verwezen naar de site, applicatie, Facebook en Twitter voor hints en meningen van andere mensen. Maar de overkoepelde media blijft het televisieprogramma.

Bij multimedia wordt de boodschap ook vertelt doormiddel van verschillende media. Maar er is een verschil met crossmedia. In tegenstelling tot crossmedia is er bij de media bij multimedia niet 1 overkoepelde media. Bij elke verschillende media blijft de boodschap hetzelfde. Een voorbeeld van multimedia is de krant. De krant geeft een boodschap/verhaal op papier maar op de site en op de applicatie staat hetzelfde bericht. De informatie is hetzelfde alleen je leest het op een andere manier.

Transmedia wordt ook wel herkent als transmediale storytelling. De term houdt in dat een verhaal zich afspeelt op verschillende media maar dat de kern hetzelfde blijft, het concept wordt belangrijker dan de media. Een voorbeeld is Barbie. Barbie begon als een pop waar kleine kinderen, vooral meisjes, mee konden spelen. Maar later kwamen er ook films en spelletjes over Barbie. De kern is overal hetzelfde, een blonde tiener met veel make up, lange benen, een mooie buik, altijd aardig en iemand die iedereen helpt.

Deze drie soorten media hebben dus erg veel van elkaar weg maar er zijn toch duidelijke verschillen.

De UIT-week

Drie weken geleden kwam ik met veel andere studenten Utrecht binnen met grote tassen voor de Utrechtse Introductie Tijd, kort gezegd de UIT-week. Voordat de UIT-week van start ging heeft de commissie veel contact met ons op gezocht via veel verschillende media. In eerste instantie werd er contact met je gezocht via de e-mail. In de e-mails werd je doorverwezen naar de Facebookpagina, Twitter en Instagram account van de UIT-week en werd je aangeraden om de UIT-app te downloaden. Verder kreeg je het weekend voor het begin de UIT-magazine thuis.

De media’s die ze gebruikten voor de UIT-week werden veel met elkaar betrokken. De UIT-app werd namelijk gestimuleerd om te downloaden door Facebook, Twitter, Instagram en de UIT-magazine. Terwijl er in de UIT-app weer aandacht werd besteed aan Facebook, Twitter en Instagram. Hieraan is te zien dat ze de media vooral gebruikte om zoveel mogelijk mensen te lokken naar hun evenement. Ze gebruikten op elke social media de hashtag #UIT2015. Deze hashtag zorgde voor de samenhang tussen alle media’s omdat die op elke media zichtbaar naar voren kwam. Mensen die de hashtags zagen staan en niet wisten wat het was ging het opzoeken en zich misschien ook wel opgeven.

Het publiek werd vooral betrokken door foto’s en video’s te plaatsen op de verschillende media’s waar ze zelf misschien op konden staan. De hele week liepen er namelijk mensen rond tijdens de activiteiten met fotocamera’s en videocamera’s. Tegenwoordig lijkt het iedereen leuk om deze foto’s/video’s te kunnen delen met hun social media vrienden. Deze foto’s en video’s zetten leden van het bestuur dan in de UIT-app en op Facebook, Instagram en Twitter. Veel mensen gingen kijken of er een leuke foto van hun tussen stond. Verder zette ze ook veel praktische informatie op deze media’s zoals tijden van aanwezigheid en programma’s van de activiteiten.

Blog 04 : trends > Angry Birds

Angry Birds, wie heeft het niet gedownload? Een spel die je zowel op je smartphone, tablet als computer kan spelen.
Angry Birds is een spel waarbij je vogels kan lanceren om een gebouw om te gooien. Door de mogelijkheden en levels ontdek je als speler steeds nieuwe dingen.

Het is een trend omdat het langzaam steeds populairder werd. Het bestond al een tijdje maar ineens speelde iedereen het. En als het wat minder populair was dan kwamen de makers wel weer met een nieuwe variatie waardoor je weer verder kon spelen. Ze verkopen niet alleen het spel maar hebben inmiddels ook speelgoed, boeken, knuffels en snoep. Het wordt dus steeds meer een symbolisch iets. Angry Birds staat symbool voor vele producten.

Angry Birds is inmiddels al 700 miljoen keer gedownload en dat worden er steeds meer verteld de maker. Angry Birds is de best verkopende app tot nu toe. Op de tweede en derde plek van best verkochte apps staat ook Angry Birds alleen dan andere variaties.

Blog 03 : marketing communicatie

Iconisch
Iconisch hoort bij multimediaal want bij multimediaal staan alle concepten los van mekaar. Ze vertellen allemaal hetzelfde. Iconisch betekent dat de inhoud overal hetzelfde is en dus horen deze twee bij elkaar.

Voorbeeld: RTL nieuws, ze hebben een app, website en uitzending. Alle drie vertellen los van mekaar hetzelfde nieuws. Je hebt niet de app nodig om de uitzending te kijken.

Indexicaal
Indexicaal staat voor verwijzen. Dit hoort bij crossmediaal. Bijvoorbeeld: een bordje kan je naar iets door verwijzen en dus geeft het toevoeging aan dat gene dat je zoekt. Bij crossmediaal worden tekortkomingen bij een ander medium aangevuld.

Voorbeeld: Bij het programma So You Think You Can Dance kun je als kijker mee kijken achter de schermen via de SYTYCD app. Je kunt mee kijken via een tweede scherm en dus vult het de tekortkomingen aan van de televisie uitzending. Dit heet crossmediaal. In de uitzending verwijzen ze naar die app. Dat is dus indexicaal. Je hebt het ene nodig om het andere te kunnen doen.

Symbolisch
Symbolisch betekent dat een merk of product symbool staat voor al het andere dat het te bieden heeft. Hierbij past het transmediale concept. Het ene medium voegt iets toe aan het andere medium. Alles bij elkaar zorgt voor een totaalbeleving maar het is niet noodzakelijk dat je alles met elkaar gebruikt.

Voorbeeld: Het Huis Anubis is een serie voor kinderen/jongeren die bord spellen, nintendo spellen, school spullen en dekbedden verkoopt. Maar ook heeft het een eigen app, website en fan club dag. Alles voegt iets toe aan jou belevingswereld en dus ga je verder kijken dan alleen de serie. Maar je hebt niet alle media nodig om het verhaal te begrijpen. Het Huis Anubis staat voor mysterie en dat gevoel krijg je bij elk medium dat je gebruikt.

Blog 02 : content relaties

Leg de 3 verschillende conceptvormen uit aan de hand van voorbeelden.

Multi mediaal voorbeeld:

“We spreken van multimediaal wanneer hetzelfde verhaal of boodschap over verschillende media wordt verspreid.”

Het RTL Nieuws is een multi medial voorbeeld. Ze zenden het uit via de televisie maar je kan het ook terug kijken op internet of via de RTL XL app. En je het nieuws terug lezen in de RTL Nieuws app. Overal wordt het zelfde verteld maar dan via een ander medium. Je hoeft dus ook niet het RTL Nieuws te kijken op televisie op het nieuws in de app te begrijpen. Alles staat los van mekaar.

Cross mediaal voorbeeld:
“We spreken van crossmediaal wanneer een verhaal of boodschap over meerder platformen wordt verspreid. Bij ieder medium wat wordt ingezet en vult de tekortkomingen van een ander medium aan.”

Het programma Wie is de Mol? is een cross mediaal concept. Je kunt het programma kijken op televisie. Maar als je de app download krijg je meer informatie waardoor het leuker en interessanter wordt om er naar het programma op televisie te kijken. En op de site van Wie is de Mol? kun je meer lezen over de kandidaten die mee doen waardoor je je als kijker meer verbonden voelt met het programma. Je hoeft dus niet perse de app en de site te hebben bekeken om het televisie programma te begrijpen maar het vult wel tekortkomingen in.

Trans mediaal voorbeeld:

“Bij een transmediaal concept vertelt ieder medium een eigen verhaal uit een verhalenwereld. Ieder verhaal heeft een begin, midden en einde. Door het overstappen van het ene platform naar het andere verrijk je jouw beleving.”

Rabobank is een trans medial concept. Als je boodschappen doet heb je een pin apparaat nodig om je kunnen betalen met je Rabo pin pas. Om geld over te maken heb je de Rabobank website nodig en een Rabo Scanner. Rabobank origaniseert ook veel evenementen waardoor je je altijd betrokken voelt met Rabobank. Als je lid ben bij de Rabobank heb je ook steeds meer keuzes in hoe je je geld wilt besteden. Zo kun je vakantie geld gaan sparen op een makkelijke en slimme manier of je kunt ondersteuning krijgen in het opbouwen van een eigen onderneming. Ze bedenken steeds weer nieuwe acties en commericals waardoor je in contact blijft met de Rabobank.

Trends, hypes en rages

Wat vind ik trendy? Over die vraag heb ik lang na moeten denken. Op Social Media zijn er een heel aantal trends op te noemen. Denk aan het reageren van grote bedrijven op kritiek of statussen van mensen, of de toenemende populariteit van vloggers. Toch vind ik niet al deze trends, hypes en rages ‘trendy’. Hieronder zal ik een aantal van mijn trends verder uitwerken, maar eerst heb ik opgezocht wat een trend eigenlijk inhoudt, en wat de verschillen zijn tussen trends, hypes en rages.

Een trend is iets van lange duur, wat deel uitmaakt van je levensstijl. Voorbeelden zijn smartphones, maar ook ruimere begrippen, zoals het feit dat je overal bereikbaar wilt zijn. Het grootste verschil tussen trends en hypes is denk ik de tijdsduur. Een hype is maar voor korte duur, terwijl een trend jaren duurt. Ook ontkomt niemand aan een hype, je wordt er regelmatig mee geconfronteerd. Een ander kenmerk van een hype is, dat het eenmalig is: het komt niet meer terug. Een kenmerk van een rage is dat je erbij wilt horen. Voorbeelden van rages zijn supermarktacties zoals het verzamelen van voetbalplaatjes. Een rage veroorzaakt een tijdelijk verhoogde vraag.

Maar nu terug naar mijn trends, hypes en rages. Wat mij aanspreekt is bijvoorbeeld de populariteit van gezond eten. Tegenwoordig wordt gezond eten steeds meer in. Mensen gaan steeds meer nadenken of dat extra broodje hamburger echt wel nodig is, of dat die vervangen kan worden door een stuk fruit o.i.d. Meer en meer mensen willen geen ‘fake food’ of bewerkt industrieel eten. Bij deze trend kan ik me wel aansluiten. Fruit of zelfgemaakte shakes zijn niet alleen gezond, maar ook nog eens lekker!

Een rage wat aansluit bij gezond eten is het toenemende gebruik van moestuintjes. Zo komt de Albert Heijn bijvoorbeeld met de actie van mini-moestuintjes. Je kunt dit zien als een oorzaak óf gevolg van de toenemende populariteit van zelf groente kweken. De AH kan er namelijk op inhaken, of de populariteit stijgt doordat de AH met deze actie komt. De mini-moestuintjes zijn een rage, omdat het (waarschijnlijk) maar tijdelijk is en de supermarkt wil hiermee iedereen bereiken.

Dit waren een aantal voorbeelden van trends, hypes en rages. Ik hoop dat de verschillen tussen deze drie begrippen nu wat duidelijker zijn geworden.

Iconisch, indexicaal en symbolisch

In deze blog zal ik de verschillen, overeenkomsten en voorbeelden van diverse content relaties duidelijk maken.

Laten we beginnen bij een iconische relatie. Hierbij is de inhoud van diverse media hetzelfde, maar het wordt op een andere manier uitgebeeld. Deze relatie past bij de crossmediale conceptvorm multimediaal, maar ook bij transmediaal. Er wordt namelijk eenzelfde verhaal door verschillende manieren duidelijk gemaakt. Een voorbeeld van een iconische relatie is het meidentijdschrift Tina. Dit blad verscheen in 1967 voor het eerst en is inmiddels uitgegroeid tot een concept met een website, Tinadag en andere evenementen.

Een indexicale relatie is gebaseerd op verwijzingen. Deze relatie hoort bij de conceptvorm crossmediaal, want er worden meerdere middelen gebruikt om dezelfde boodschap over te brengen. Een goed voorbeeld van deze relatie is het programma ‘Life 4 You’. Hierin worden gerechten uitgelegd, maar er wordt ook heel nadrukkelijk verwezen naar de website.

Als laatste is er een symbolische relatie. Deze relatie baseert zich op afspraken, waarbij er nauwelijks sprake is van een verband tussen het concept en de consument. Deze relatie is goed terug te zien in personen als Oprah Winfrey. Oprah heeft haar eigen talkshow, er is een site met informatie, er is een boekenclub en ook nog een magazine. Deze media berusten allemaal op afspraken.

Multimedia, crossmedia en transmedia

Tegenwoordig zijn media niet meer weg te denken. Overal waar je kijkt kun je vormen zien van diverse media en concepten. Maar niet alle media zijn hetzelfde, er zijn verschillende vormen van media. In deze blog zal ik enkele voorbeelden van deze verschillende media geven.

Laten we beginnen met multimedia. Als er sprake is van multimedia, wordt er met verschillende media hetzelfde verhaal verteld. Deze media zijn verder onafhankelijk van elkaar, de enige overeenkomst is de boodschap. Een voorbeeld hiervan is het tv-programma ‘Ik hou van Holland’. Dit concept heeft een bordspel, een app en tv-programma. Toch kunnen deze verschillende media los van elkaar gebruikt worden en hebben verder geen toevoegingen op elkaar.

Bij crossmedia is er sprake van een klein verschil vergeleken met multimedia. Hierbij wordt het verhaal via meerdere middelen verspreidt, waarbij de verschillende media elkaar aanvullen. Ze zijn dus afhankelijk van elkaar. Een goed voorbeeld hiervan is ‘The Voice of Holland’. Dit concept gebruikt meerdere media, zoals de app waarmee je kunt stemmen, het programma en een website. Toch kan het programma niet bestaan zonder de andere media, er moet immers gestemd kunnen worden!

Als laatste hebben we nog transmedia. Bij deze vorm wordt er hetzelfde verhaal verteld, maar door het gebruik van andere media, kun je dit verhaal nog duidelijker beleven. Een voorbeeld hiervan is Harry Potter of de serie GTST. Er is hierbij sprake van meerdere media, waarbij je toch de keuze kunt maken om er enkel één daarvan te gebruiken. Bij Harry Potter bijvoorbeeld zijn er films, boeken, games, kostuums enz. En bij GTST heb je het programma, en daarnaast kun je kiezen om via de app meer te weten te komen.

Kortom, bij multimedia wordt er één verhaal verspreidt d.m.v. verschillende media, bij crossmedia vullen deze verschillende media elkaar aan en bij transmedia staan alle media los van elkaar en vertelt ieder medium een eigen verhaal, waarin de kern van eenzelfde boodschap naar voren komt.

Ik hou van Holland

Als crossmediaal concept heb ik het televisieprogramma ‘Ik hou van Holland’ gekozen. Dit is een typisch voorbeeld van een crossmediaal concept, want het bestaat uit meerdere media die los van elkaar te gebruiken zijn. Hieronder heb ik een aantal voorbeelden hiervan genoemd.

‘Ik hou van Holland’ is ooit begonnen als televisieprogramma, gepresenteerd door Linda de Mol. Inmiddels is dit spelprogramma uitgebreid tot meerdere media, waaronder een app. Hierin kun je meedoen met de quiz en het allemaal zelf beleven. Een ander medium met ditzelfde doel is het bordspel, wat in 2008 is uitgebracht. Verder zijn er een aantal ‘specials’ van het programma, waaronder oudejaarsavond en Koninginnedag.

Hoe verhouden die media zich tot elkaar? Tijdens het programma wordt er meerder malen verwezen naar de app. Verder wordt je nieuwsgierig gemaakt naar het bordspel.

Het publiek wordt erbij betrokken door o.a. de bekende, Hollandse liedjes en vragen. Hierdoor wordt het leuk om mee te spelen. De app speelt ook een grote rol in de communicatie met de kijkers. Hierdoor wordt het publiek er namelijk direct bij betrokken door de mogelijkheid om mee te spelen.