Buenas noches!

Basics 1 en Phrases helemaal afgerond! Nu weer snel verder naar Basics 2. “Los niños beben agua.” Ping! “Ella escribe una carta.” Ping! Nog even en ook Basics 2 heb ik afgerond. 

Iedereen is wel geïnteresseerd in een vreemde taal. Het is ook heel leuk om een nieuwe taal te leren. Met de app ‘Duolingo’ gaat dat gemakkelijk en leuk tegelijkertijd. Je hebt verschillende opdrachten die je moet voltooien om verder te gaan. Ze beginnen echt letterlijk bij de basics dus het kan in het begin nog saai zijn, maar je leert er zeker wat van! Een taal leren is nog nooit zo verslavend geweest. 

Laten we eerst beginnen met de reden waarom ik deze blog schrijf. De speerpunten van crossmedia zijn erg belangrijk. In mijn vorige blog heb ik het gehad over storytelling en het verhaal van Suman. Nu ga ik het hebben over een ander speerpunt van crossmedia namelijk: usability.

Read More

Jeugdvrienden

Als ‘schrijver’ vind ik het zelf verhalen vertellen één van de leukste dingen om te doen. Het maakt niet uit waarin ik mijn verhaal kwijt kan als ik maar precies kan vertellen wat mij dwars zit of wat ik kwijt wil hebben, dat hoeft niet altijd iets negatiefs te zijn. Het begrip ‘storytelling’ vind ik dan ook heel erg interessant om er dieper op in te gaan. Heel veel concepten maken steeds vaker gebruik van storytelling omdat het, naar mijn mening, sneller blijft hangen en dus beter verkoopt. Een voorbeeld dat gebruikt maakt van storytelling is Google Search.

Read More

Walibi Halloween Fright Nights

In 2012 ben ik voor het eerst naar Walibi Halloween Fright Nights geweest. Bij Walibi Halloween Fright Nights wordt het pretpark vanaf 18.00 uur veranderd in een horrorpark. Je hebt verschillende Scare Zones waar mensen compleet zijn getransformeerd tot je ergste nachtmerrie. Elke Scare Zone heeft een thema en als je je daarin bevindt wordt je bang gemaakt. Ik zat in de tweede klas en ging met een groep meiden en jongens uit mijn klas. Het was doodeng maar het gaf toch een kik! Een jaar later ging ik weer met dezelfde groep. Met een tussen pauze van een paar jaar, ga ik dit jaar weer met een deel van de groep uit de 2e klas.

Tegenwoordig is Walibi Halloween Fright Nights erg populair geworden ondanks de dure kaartjes die je moet betalen voor entree van het park. HEMA heeft iets bedacht op de dure kaartjes. Bij Walibi kosten de kaartjes 36 euro en bij de HEMA 29 euro. Hoe HEMA deze goedkope kaartjes aanbiedt gaat samen met usability.

vt_02_435x200_walibi_halloween_v2

Bij usability gaat het er vooral om hoe de gebruikers in een bepaalde gebruikersomgeving een product kunnen gebruiken om hun doelen te bereiken. Het is dan vooral belangrijk om het product makkelijk te maken waarbij de gebruiker zo min mogelijk hoeft na te denken. Om de usability te laten slagen moet je rekening houden met effectiviteit, efficiëntie en tevredenheid van de consument. Usability wordt bijvoorbeeld gebruikt als je iemand van een tijdschrift wilt laten overstappen naar het internet om hier iets te doen/kopen.

De kaartjes van Walibi Halloween Fright Nights via HEMA zijn erg effectief. Want op de posters hebben ze een precieze link neergezet. Deze link is erg makkelijk te onthouden namelijk: www.hema.nl/tickets. Als je op deze link klikt krijg je gelijk een hele grote banner waar je niet omheen kunt met de reclame van Walibi Halloween Fright Nights met de datums waar nog kaartjes voor zijn. Het is dan ook erg efficiënt omdat de tickets gelijk in beeld staan. Je hoeft alleen nog door te klikken op koop je tickets, je aantal kaartjes invullen, dan kan je door naar je winkelwagen en betalen.

Wat heb je er aan?

Is de boodschap van het concept goed? Word de boodschap op het juiste moment en de juiste plaats overgebracht? Dit zijn vragen die om de hoek komen kijken bij het crossmediale speerpunt ‘Relevantie’. Relevantie is de mate waarin de dialoog vanuit het concept de juiste boodschap bevat, op het juiste moment via het juiste middel. Oké, over naar een voorbeeld!

Your Urban Space. Een concept waarbij gebouwen in Utrecht worden gerenoveerd tot een mooi en fris appartementen complex. De koopwoningen zijn betaalbaar voor starters op de huizenmarkt en andere mensen die nou eenmaal niet in het geld zwemmen als gevolg van de crisisjaren. Daarbij is de huizenmarkt na een dieptepunt tijdens de crisisjaren weer langzamerhand aan het aantrekken. Mensen ‘willen’ wel een huis kopen, maar dat kunnen zij nog niet, doordat dit financieel nog erg lastig kan zijn. Your Urban Space is dus relevant voor mensen die graag een woning willen kopen, maar die nog onderaan de huizenmarkt ‘moeten’ beginnen. Naast het deze persoonlijke relevantie speelt er ook een sociale relevantie bij het concept. Your Urban Space renoveert namelijk een ‘minder populaire’ wijk van de stad. De wijk was tot voort kort nog erg afgevallen en minder aantrekkelijk, maar Your Urban Space creëert een nieuwe frisse wijk, waarbij ook nieuwe frisse mensen worden aangetrokken. Het concept is dus relevant voor de maatschappij, aangezien er een opfrisbeurt is waar iedereen iets aan heeft!

Your Urban Space heeft de boodschap dus op het juiste moment, de tijd wanneer de huizenmarkt weer aantrekt, overgebracht. Verder qua plaats heeft het concept de juiste plaats in de stad gekozen die een opfrisbeurt kan gebruiken. Dit is relevant voor de gehele maatschappij. Your Urban Space is een succes, dus naar mijn mening was de boodschap van het concept relevant!

Twinkle Twinkle Little Starrr

Mensen houden van verhalen. Verhalen zijn leuk en ze blijven ‘hangen’. En dat is de reden waarom het gebruik van storytelling bij concepten zo belangrijk is. Bij storytelling wordt er namelijk een gedachtegoed van het concept door middel van een verhaal met de mensen gedeeld. Vanaf het eerste moment wordt het gedachtegoed met de paplepel (het verhaal) ingegoten. Het gedachtegoed bindt zich door middel van een verhaal namelijk aan de mensen. Heel leuk allemaal dat gedachtegoed en die storytelling, maar een voorbeeld zal dit zeker helderder maken!

Vodafone is naar mijn mening heel goed in het gebruiken van storytelling. Twinkle Twinkle Little Star, een klein lief meisje, een redelijke valse stem? Volgens mij klinkt dit bij veel mensen bekend in de oren. Een klein meisje gaat voor één van haar eerste keren zingend optreden. Moeder zit klaar met haar telefoon om het spannende moment van haar dochtertje vast te leggen met haar telefoon. Tegelijkertijd zit vader vol spanning klaar voor de beelden van dochtertje via FaceTime met moeder. Aan de hand deze scene in het verhaal vertelt Vodafone ondertussen dat je met het 4G netwerk van Vodafone ‘alles’ kunt. Je kunt zelfs op afstand zo’n moment van je dochtertje meemaken! Maar als het meisje Twinkle Twinkle Little Star begint te zingen is het geluid van haar stemmetje toch iets minder mooi en iets valser als dat iedereen had verwacht. Vervolgens wordt het verhaal van Vodafone afgemaakt met “Met het 4G netwerk kun je tegenwoordig ‘alles, bijna alles”.

De ongelofelijk valse stem van het kindje blijven in gedachte achter bij de kijker, omdat je niet om het valse geluid heen kunt. En de kijker zou zich ook kunnen meeleven met de ouders die vol spanning zitten te wachten voor het optreden van hun dochtertje. Het verhaal van Twinkle Twinkle Little Star was dus niet eens leuk, maar wel pakkend!

En zo was een goede reclame van Vodafone weer geboren! Mede mogelijk gemaakt door ‘Storytelling’.

Oma Hilda’s Renault 4

Als ik het woord storytelling hoor denk ik gelijk aan verhalen. In dit geval klopt dat ook. Storytelling is een krachtig middel dat wordt gebruikt voor merken en concepten om een bepaald gedachtegoed te koppelen met hun merk of concept. Ze bedenken er dan een verhaal omheen wat de aandacht van de klant kan trekken. Een voorbeeld is de actie van Renault met oma Hilda.

Het verhaal van de tachtigjarige oma Hilda gaat over haar Renault 4. Tegenwoordig is ze te bang geworden om de weg op te gaan maar ze heeft hele mooie herinneringen en kilometers gemaakt met haar Renault 4. Omdat ze er nu zelf niks meer mee doet en hij alleen nog maar stil staat in de garage wil ze de auto weg geven en haar geliefde auto een nieuwe eigenaar geven die net zo verliefd is op Renault als zij zelf. Er is alleen een probleem met het plan van oma Hilda, ze is haar autosleutels kwijt. Op Facebook hielpen erg veel mensen mee, want wie de sleutel vond mocht de Renault 4 van oma Hilda hebben. Er was een applicatie gemaakt waar de Facebookfans in het huis van oma Hilda konden kijken en plaatsen konden aangeven waar de sleutel misschien kon liggen. Verder plaatste oma Hilda berichten op Facebook die konden leiden tot de plek van de sleutel.

De belangrijkste karakter van het verhaal is oma Hilda, ze is namelijk de hoofdpersoon van het verhaal. Haar rol is om de lieve oude vergeetachtige oma te spelen die iedereen voor zich ziet. Verder spelen de autosleutels ook een erg belangrijke rol. Want bijna iedereen is wel is zijn of haar autosleutels kwijt. Dit zorgt ervoor dat de mensen gaan delen wat hun ervaringen zijn. Waar hun de autosleutels hebben teruggevonden en waar misschien de sleutel van oma Hilda ook kan liggen.

Dagje wildpark

Het zal je maar gebeuren. Je gaat een dagje naar een wildpark met de auto. In het wild park zijn zebra’s, olifanten, tijgers en nog veel meer. Aan het einde van de dag rijd je weer naar huis maar wat je niet weet is dat er een leeuw boven op je auto mee is gelift tot aan je huis. Daar kom je pas achter als je met je auto je garage in rijd. Dat is het moment om Even Apeldoorn te Bellen.

Centraal beheer Achmea maakt al jaren commercials waarbij dingen gebeuren die je niet verwacht maar wel kunnen voorkomen in het dagelijks leven. De commercials zijn zo opgebouwd dat je blijft kijken tot het einde want daar wordt onthuld wat het onhandige blijkt te zijn aan de situatie die is ontstaan.

De boodschap die Centraal beheer Achmea wilt overbrengen is dat je naar hen moet bellen en om je te laten verzekeren. Ze betrekken je bij het verhaal doordat ze je laten mee denken over het einde van een commercial. Je blijft kijken, wordt nieuwsgierig en vind de onthulling leuk want je had het niet verwacht. Dit is storytelling. Ze zorgen doormiddel van een visueel verhaal jou te betrekken bij hun bedrijf.

Het bevat narratieve elementen want er is een hoofdpersonage en een verhaallijn met daarin een conflict of tegenstelling. Voor de kijker is zo’n commercial een soort puzzel want je vraagt je af wat er gaat gebeuren aan het einde.

naturel ribbeltjes

‘Huh is naturel echt jou favoriet?’. ‘Ja, en het liefst met van die ribbeltjes die bijt ik dan een voor een eraf’. Femke keek me aan, ‘saai zeg’. En ja is dat saai? Altijd maar hetzelfde, wil de consument dan niets meer. En ja hoor daar komt de slimme Lays Chips
met een nieuwe actie.
‘Raad de smaak ‘ en win 10000 euries of stuur jou nieuwe smaak in naar Lays. Heel erg slim hoor, men hoeft bijna niets te doen en wie is er nou niet nieuwsgierig naar die zogenaamde nieuwe smaak.  Naamsbekendheid, betrokkenheid en kwaliteit. Ik was om en stapte af van mijn oud vertrouwde AH-eigen merk , naturel, ribbeltjes chips. En ja dat is bijzonder. Niet dat ik de nieuwe chips zo denderend vond, maar ik had het wel geprobeerd. En hoe moeilijk is het dan om even via de site te raden welke smaak t is? Wie weet win je 10000 euro.
Daar bovenop komen er misschien wel nieuwe goede ideeën naar boven die Lays echt kan gebruiken. Men kan achteroverleunen terwijl de consument het werk doet. De consument zorgt ervoor wat er op de markt komt.  De consument is nieuwsgierig want het is een soort puzzel, er is een achterliggende gedachte en de consument kan hier aan mee doen en aan mee denken. Twee vliegen in een klap.
Het ergste van allemaal is dat we er echt allemaal aan mee doen. Wie deze campagne niet kent heeft onder een steen geleefd: bilboards, reclame, facebook je las het overal. Maar toch zorgde de orginele campagne het meest voor mond-tot-mond reclame. ‘HAH, heb jij ook al meegedaan aan die campagne, wat had jij dan?’. ‘Oh die is ook wel goed, ik ga het denk ik ook maar proberen’. Of men die niet aan Social Media doet, hey Lays heeft een nieuwe chips met vraagtekens erop’.
Zo verbaas ik me telkens weer, dat ik mezelf ‘bewust’ of ‘onbewust’ weer laat inpakken door de verschillende media vormen.  Soms lijkt een idee zo voor de hand liggend en zo simpel, dat je denkt ‘men god dat deze campagne werkt zeg, is de consument nou echt zo’n knuppel’. Maar voor je het weet doe je er zelf ook aan mee. Zelfs ik, Karlijn Knipping, is toch even afgestapt van haar naturel ribbeltjes chips. Het is ze dus weer gewoon gelukt.

contentrelaties

Je hebt verschillende contentrelaties die verband houden met de crossmediale concepten die ik heb behandeld in het vorige blog (multimediaal, crossmediaal en transmediaal). Nu ga ik het hebben over de contentrelaties. Wat houdt het precies in? Aan welk crossmediaal concept kan je het koppelen? En waarom? Contentrelaties gaat over hoe de ene boodschap zich met de ander verhoudt. De eerste contenrelatie iconisch, wat overeenkomstig betekent. Daarnaast indexicaal wat verwijzend definieert. And last but not least symbolisch illustreert esthetisch.
 
Ik koppel iconisch aan multimediaal. De betekenis ligt dicht bij elkaar. Een multimediaal concept is een concept wat de zelfde informatie via meerdere wegen verspreidt. Het heeft dus een onderlinge overeenkomst, wat tegelijkertijd iconisch definieert. Daarnaast is er sprake van grote gelijkenis, ondanks dat iets over verschillende kanalen verspreid is. Er zijn geen aantoonbare relaties aanwezig, of terwijl de concepten zijn onafhankelijk van elkaar.
Een voorbeeld van een iconische contentrelatie is de zalando reclame, deze reclame hoor je op tv maar ook op de radio.
 
Als tweede koppel ik indexicaal aan crossmediaal. Indexicaal betekent+ zoals ik hierboven al schreef: verwijzend. Het verwijst naar elkaar, de concepten zijn van elkaar afhankelijk. Hier link je indexicaal gelijk met crossmedia. Bij een crossmediaal concept zou het ene concept niet ontstaan door het andere. Het is allemaal met elkaar verwezen.
Een voorbeeld van een indexicale contentrelatie is de Mac Donalds. Op de billboards wordt er aangegeven dat je de app moet downloaden om korting te krijgen op producten. In de reclame wordt er doorverwezen naar de facebookpagina.
 
Tot slot koppel ik symbolisch met transmediaal. Met symbolisch bedoelen we esthetisch. De verschillende media-uitingen verwijzen niet alleen met elkaar, maar appelleren aan een waarde de uitstijgt boven de individuele uitingen. Bij een transmediaal concept, wordt het concept het medium. Daarnaast vloeit er een ander concept uit voort. Kortom een merk staat los van ieder specifieke contentuiting (boeken, film ,games series etc), herkenbaar is door een gevoel, een waarde. Maar je kan het ook onafhankelijk van elkaar zien/doen.
Een voorbeeld van een symbolisch contentrelatie is ‘Hoe overleef ik’, ‘Hoe overleef ik’ is een boeken serie die ik als tiener helemaal heb verslonden. Later kwam er ook een film van uit en nog later had ‘Hoe overleef ik’ een column in een meidenblad, om advies te geven over verschillende problemen.
 
Zoals je leest bestaan er wel degelijk verbanden tussen de contenrelaties en de crossmediale concepten. Ook hier zijn er veel discussiepunten mogelijk omdat veel concepten elkaar overlappen. Zullen deze concepten voor altijd blijven bestaan? Of zal in de toekomst het ene concept het andere overtreffen? 

multimediaal, crossmediaal en transmediaal

Tegenwoordig zie je het overal terug: multimediaal, crossmediaal en transmediaal. Maar wat is het precies?
Een multimediaal concept is een concept dat dezelfde informatie via meerdere wegen verspreidt. Een crossmediaal concept is, een concept waarbij er meerdere soorten media worden gebruikt. Bij een crossmediaal concept is het ene concept afhankelijk van het andere. Als laatste hebben we een transmediaal concept, hierbij wordt het concept het medium. Er vloeit een ander concept uit voort. 
 
Leef je in: je bent een vluchteling die net zijn of haar hele gezin heeft verloren, je zoontje van 3 is aangespoeld aan het strand. Hoe ga je met jezelf deze verschrikkelijke confrontatie om als je elke keer weer je aangespoelde kind voorbij ziet komen op internet, in de krant, op tv overal. Bijvoorbeeld alleen al de Volkskrant heeft een app, facebook, twitter, krant, site etc. Overal zal de foto te vinden zijn. Of de vluchteling nou weet dat die foto zich verspreidt of niet, het is onmenselijk om dit op social media te zetten.
 
Van het angstaanjagende vluchtelingen nieuws over op mijn guilty pleasure: Spangas. Ik kijk het al drie jaar en vind het nog steeds een leuke serie waar actueel nieuws in zit. Aan het eind van elke aflevering van Spangas verwijst een van de acteurs naar de site waar ze als personage hun mening geven over een bepaald onderwerp. Op de site staat dat er ook een app is, en een facebookpagina. Er zijn verschillende mediums ingezet, waarbij ze allemaal afhankelijk van elkaar zijn. De app, site en facebook zouden niet bestaan zonder de serie.
 
Tien jaar geleden met het gezin op de bank en een illegaal gedownloade film van pappa: Madagascar. Een ontzettend leuke familie film met heel veel humor. 3 jaar later kregen de pinguïns uit de film Madagascar een eigen televisieserie op Nickelodeon. En later kwam er zelfs een game uit over de drie bekende pinguïns. In dit geval is het concept het medium geworden. En zijn het drie onafhankelijke concepten.